Schrijftips

Op deze pagina stonden tot september 2012 mijn schrijftips voor het schrijven of her/vertalen van liedteksten. Daarna heb ik deze verwerkt tot een 'Gereedschapskist voor de liedtekstschrijver', die in 10 blogs is gepubliceerd op de website www.hetlied.nl, najaar 2012. (Updata aug 2017: De gereedschapskist is inmiddels verwijderd van deze website. Alleen dus nog hieronder te vinden. )


De gereedschapskist

Een blog in 10 delen over hoe je een liedtekst maakt

Dit blog is ook gepubliceerd op de website www.hetlied.nl, najaar 2012


Inleiding
1. Hoe begin je met een liedtekst?
2. De keuze van een thema
3. Taalgebruik
4. Rijm
5. Metrum
6. De muziek bij de woorden
7. De structuur van een lied
8. De eerste en de laatste regel
9. Het ver/hertaalde lied
10. En dan nog dit


Inleiding


Over smaak valt niet te twisten
, hoor je vaak. Dat is een misvatting. Over smaak valt heel goed te twisten. Je kunt toch uitleggen waaróm je iets mooi vindt? Schoonheid komt niet zomaar uit de lucht komt vallen, maar voldoet aan bepaalde voorwaarden. Het berust op kwaliteit en dat weer op vakmanschap.

Zo is het ook met liedteksten. In dit blog gaan we een aantal aspecten van dat vakmanschap onderzoeken. Wat maakt een liedtekst goed en wat is nodig om een goede liedtekst te maken? Elke week kijken we naar een ander aspect. Net zoals een timmerman heeft leren zagen, schaven, timmeren, zo moet ook een liedtekstmaker gereedschap weten te hanteren. Samen vormen de blogs een gereedschapskist voor de liedtekstschrijver.

Hieronder het eerste onderwerp ‘Hoe begin je met een liedtekst?’ In de volgende blogs kijken we naar de keuze van een thema, taalgebruik, rijm, metrum, muziek, structuur en het vertaalde lied. In het laatste blog staan algemene tips en verwijzingen naar handboeken.

1. Hoe begin je met een liedtekst?

Je wilt een liedtekst schrijven, maar het lukt niet. Backspace en delete maken overuren. Hoe dóen die schrijvers dat toch? Voor al die wanhopigen hierbij de eerste en meteen de belangrijkste tip: laat die eerste regel(s) staan, ook als je er niet tevreden over bent. Later kun je gaan schrappen, schuiven, rijmwoorden zoeken, verbindingen leggen. Een liedtekst komtniet uit de lucht vallen, maar is het resultaat van hard werken. Jaa, de producten van gelauwerde tekstschrijvers lijken perfect zoals ze daar staan te blinken in een boekje. Maar wie toevallig zijn kladblok met doorhalingen, pijlen en krabbels in de kantlijn ziet, weet dat ook hij heeft zitten puzzelen. Schoonheid is het gebouw zonder steigers, maar zonder steigers geen gebouw.

Zo, je eerste regels staan. Kom je niet verder, stop dan. Morgen is er weer een dag. Niets veroordelen, niets weggooien, niets deleten. Wat je vandaag niks vindt, kan je de volgende dag op een idee brengen. Lees je een zin in de ochtendkrant die goed in jouw tekst past, of heb je na een nachtje slapen een nieuw idee, meteen opschrijven! Zo kan er langzaam maar zeker een tekst groeien. Wat je aan het doen bent is ongecensureerd massa maken. Het lijkt niets, maar het brengt je op gang. Gun jezelf aanlooptijd.

Schrijf je liedteksten met een tekstverwerker. Je kunt dan zoveel schrappen en toevoegen als je wilt, terwijl je tekst overzichtelijk blijft. Heb je een nieuwe versie, sla hem dan op als nieuw bestand. Een gedelete regel kan later nog te pas komen.

Nadat je zo materiaal hebt verzameld, komt stap 2: er een liedtekst van maken. Schuiven met je materiaal, andere woorden vinden, het in een mal gieten, er een verhaal van maken met een kop en een staart. Daarvoor heb je een aantal taalkundige en muzikale vaardigheden nodig. Die komen in de volgende blogs aan de orde. We beginnen met de vraag hoe je een thema kiest.


Kom je moeilijk op gang met je eigen liedtekst, begin dan eens met het vertalen van een bestaand lied. Het voordeel is dat je geen thema voor een tekst hoeft te bedenken. Je kunt je volledig concentreren op de omzetting van een gegeven thema in het Nederlands.


2.
De keuze van een thema

Over elk onderwerp valt een lied te maken. Het is jouw wereld en jij bepaalt wat zich daar in af speelt. Komisch, verhalend, een verzonnen wereld, een eigen gevoelsuiting, het kan allemaal. Kijk gewoon goed om je heen en verwonder je over iets wat vanzelfsprekend lijkt. Daar zit jouw thema. Maar … de ware liedtekstschrijver koppelt dat wel aan een eigen interpretatie. Dan kan iets gewoons boeiend kan worden. Een mooi lied zoekt de keerzijde van de vanzelfsprekendheid.

Een voorbeeld. Verreweg de meeste liedteksten gaan over relaties, over liefde. Dat is een dankbaar onderwerp en voor een groot publiek herkenbaar en invoelbaar. Maar dan is een liedtekst gebaseerd op ‘ik hou niet van jou’ eigenlijk interessanter dan ‘ik hou van jou’. Zeker als je het ‘niet houden van’ dusdanig verwoordt dat het indirect tóch een liefdesuiting is.


In de Volkskrant van 3 augustus 2012 las ik de volgende zin: Ik ben bang, maar niet omdat ik laf ben; het is het besef dat soldaten sterven in de oorlog. Zo’n zin knip ik uit en stop ik in mijn ideeënschriftje. Daar staan krabbels in en ergens opgevangen regels die de aanzet voor een liedtekst kunnen vormen. Misschien gebruik ik het ooit. De zin zet me aan het denken over een andere interpretatie van angst.


De vrijheid van eigen thema-keuze geldt minder bij een liedtekst voor een speciale gelegenheid. Trouwt je broer en maak je een lied voor het feestelijke diner, dan zul je toch iets moeten bedenken wat past bij die dag. Ook dan zijn er heel veel invalshoeken mogelijk. Heb je bijvoorbeeld samen met je broer zijn schoenen gekocht voor de bruiloft, gebruik dat dan als rode draad voor je huwelijkslied. Durf je tot dat ene thema (de bruidegom en zijn schoenen) te beperken, laat die schoenen in elk couplet terugkomen en ook in het knallende meezingrefrein. Lukt dat, dan is succes verzekerd.


Zoek je inspiratie koop dan het boekje ‘Pluche, de mooiste liedteksten’ (Uitgeverij Nijgh & Van Ditmar 2006) met liedteksten van onder andere Guus Vleugel, Raymond van het Groenewoud, Lennaert Nijgh en Ivo de Wijs. Met een zeer informatieve inleiding van Jaap Bakker over het lezen van liedteksten.


Krijg je een verzoek om voor een bepaalde zanger(es) iets te schrijven, neem dan de moeite om er met de opdrachtgever over door te praten. Wáár moet de tekst over gaan, wat drijft de zanger, wat voor sfeer moet het lied uitstralen, etc. Je begrijpt daardoor de zanger beter (waardoor de kans dat je liedtekst slaagt toeneemt), en vaak kom je samen op originele(re) gedachten.


3. Taalgebruik

Het genre liedtekst is de verbindende schakel tussen dichtkunst en kleinkunst. Aan de ene kant is het verwant met gedichtentaal, aan de andere kant met muziek, amusement en theater. Hier iets over taalgebruik.

Een goede liedtekst is herkenbaar aan zorgvuldig taalgebruik. Er moet liefde en vakmanschap zitten achter de vraag hoe de schrijver zich heeft uitgedrukt in het Nederlands. Zoals ook dichters dat doen. Bij Nederlandstalige popliedjes zie je meteen het verschil. Aan de ene kant heb je de tekstschrijvers van bijvoorbeeld Bløf, De Dijk, of Van Dik Hout die met prachtige taal werken, aan de andere kant heb je het hedendaagse ‘Hollandse lied’ dat meestal aan elkaar hangt van nietszeggende platitudes. Zie om het even welke tekst van Nick en Simon. Een goede liedtekst verrast je.

Van “Een vergeefs gedicht” van Remco Campert twee strofen als voorbeeld. Zomaar een algemeen liefdesgedicht, maar bijzonder in zijn themakeuze en taalgebruik. Te dichterlijkvoor het theater, maar in zijn wijze van kijken en beschrijven een voorbeeld van wat je met taal kunt doen.

Zoals je loopt,
door de kamer uit het bed
naar de tafel met de kam,
zal geen regel ooit lopen.

Zoals je praat,
met je tanden in mijn mond
en je oren om mijn tong,
zal geen pen ooit praten.

Er is nog een andere lijn in taalgebruik: taalknutselen. Dat is wat liedtekstschrijvers doen die net zolang prutsen met taal totdat het in het format past dat ze zichzelf hebben opgelegd. Ik noem het (beslist niet denigrerend) knutselen, omdat het wel wat heeft van een plastic vliegtuigje in elkaar lijmen. Het vraagt om eindeloos geduld en – anders dan een gekocht bouwpakketje – om een originele aanpak. Mijn held in dit liedtekstgenre is Kees Torn. Jarenlang heeft hij liedjesprogramma’s gemaakt met heel verschillende taalvondsten. Voor ‘Streepjescode’ won hij in 1998 de Annie MG Schmidtprijs. http://youtu.be/6HY_IFvIpg4. Voorjaar 2012 nam hij afscheid van het theater. Jammer.

Kees trekt de traditie voort van Hein Polzer (Drs. P.), die zichzelf plezierdichter noemt. Pleziergedichten kenmerken zich door een lichte, humoristische toon en zijn daardoor erg geschikt om als lied in het theater te brengen. Veel van zijn gedichten heeft de doctoranduszelf uitgevoerd, met eigen pianobegeleiding, zoals “De gezusters Karamazov” http://youtu.be/dR8JAhUlyww . Heb jij ook zo’n taalkronkel in je hoofd, gebruik die dan. Het Nederlandse publiek houdt erg van taalcreativiteit, zeker als erbij te lachen valt.

Ook cabaretiers zijn vaak goed in taalvondsten. Cabaretgroepen als Ivo de Wijs, Don Quishocking en Neerlands Hoop maakten er in de jaren ’70/80 furore mee. Van recenter datum zijn hebben we Frank van Pamelen, Herman Finkers, Katinka Polderman, ach de lijst kan nog veel langer. Wil je een dwarsdoorsnee van het lichte lied, koop dan ‘Van de zotten’, een bloemlezing lichte theaterliederen door Jaap Bakker en Kick van der Veer samengesteld (Uitgeverij Nijgh & Van Ditmar 2007). Zulke mooie taalvondsten dat je moedeloos gaat denken: alles is al gedaan. Gelukkig is dat niet zo.


Eric van Muiswinkel maakte voor de NTR het programma Tatatataal, een onderhoudende show waarin zangers/schrijvers van het betere theaterlied laten zien wat je met taal kunt doen.http://programma.ntr.nl/10504/tatatataal.

  4. Rijm

In mijn geboortedorp reed in de jaren ’50-’60 een handelaar in steenkool en olie rond met het bord ‘Voor kolen en olie naar de firma Jolie’. Visueel rijmt dit, auditief niet, want de klemtoon ligt bij olie op de eerste lettergreep en bij Jolie op de tweede, je hoort dat dat niet past. Dus: Het gaatbijrijm nietom eenparigheid van letters of lettergrepen, maar om eenparigheid van klank.

Maar…, een liedje hoeft niet per sé te rijmen. Er zijn talloze mooie liedjes die dat niet doen. Een heel goed voorbeeld van niet-rijm (althans in de eerste strofen) is ‘Red mij niet’ van Maarten van Roozendaal http://youtu.be/6TgZJCh8l9Y. Maarten won er in 2000 de Annie MG Schmidtprijs mee voor het beste theaterlied. Toch blijft voor een gezongen tekst – en dat is een lied –rijm een prachtig middel om structuur in een lied te krijgen. De rijmende regel herinnert de luisteraar namelijk aan de voorafgaande. Dat is belangrijk: bij het lezen van een dichtbundel kun je heen en weer surfen, een voorgezongen tekst krijg je regel na regel te horen. Mijn helden van de klassieke rijmende liedtekst zijn Lennaert Nijgh (vaste liedtekstschrijver van Boudewijn de Groot) en Jan Boerstoel (tekstgrootleverancier voor verschillende topzangers en topzangeressen).

Voor liedteksten kun je nagenoeg elke rijmvorm gebruiken, maar houd het simpel. Complexe dichterlijke structuren zijn voor het publiek lastig te volgen. Doodgewoon volrijm met dezelfde woordklank aan het einde van een woord (bijvoorbeeld paard - staart) in een abab-vorm, of aabb werkt prima. Drs. P. heeft eens een liedtekst geschreven met de rijmreeks plaats-arts-gezond-huid dat spiegelde in de reeks uit-grond-aparts-melaats. Abcd-dcba dus. Knap gedaan hoor, maar in gezongen vorm liggen de a- en b-rijmwoorden te ver uit elkaar om bij de luisteraar nog rijmherkenning op te roepen.

Op de verschillende rijmvormen ga ik in dit blog niet in. Zoek daarover een handboek of kijk op het internet. Een kort, praktisch overzicht vind je in de ‘Dichtgids’, ingevoegd in het Nederlands Rijmwoordenboek van Jaap Bakker (Uitgeverij Bert Bakker, 2008). Meer uitgebreide informatie geeft het ‘Rijmhandboek’ van dezelfde auteur (Uitgeverij Bert Bakker, 2005).

Denk bij rijm ook aan alliteratiesen klankrijm. Alliteraties (bijvoorbeeld lange lindelaan) klinken altijd lekker in gezongen vorm. Klankrijm hoor je veel in rapteksten. Bijvoorbeeld: “Ik kom uit het land waar je door heen rijdt in 3 uurtjes, met een ander dialect elke 10 minuutjes” van Lange Frans en Baas B. Dat zijn niet mijn favoriete tekstregels, maar de woordcombinatie uurtjes - minuutjes past heel goed in de context van dit lied. De uitvoering is erg overtuigend http://youtu.be/GUzqWMV0Kyc.


Maak bij het zoeken van een rijmwoord gebruik van het rijmwoordenboek van Jaap Bakker. Dat is geen vals spelen of amateurisme. Een rijmwoordenboek is handig om het beste woord te vinden. De grootste liedtekstschrijvers geven toe het te hanteren.

  5. Metrum

Het metrum is de verbindingsschakel tussen woord en muziek. Het is de regelmatige afwisseling van beklemtoonde en onbeklemtoonde lettergrepen. Als een liedtekst geen metrum, geen ritme heeft, is het niet goed zingbaar. Op z’n hoogst wordt het gezongen poëzie. Metrum is voor een liedtekst daarom nog belangrijker dan rijm. Bij de meeste popliedjes is het metrum wel in orde. Dat komt omdat popmusici in de regel eerst de muziek maken en er daarna woorden bij zoeken als vervoermiddel voor de noten. Verloopt het proces een keer andersom dan hoort een musicus snel of de tekst zingbaar is, of het metrisch loopt. Zo nodig wijzigt hij de tekst.

Omdat bij liedteksten altijd eerst de tekst komt is het belangrijk dat deze metrisch klopt. Controleer dat door een tekst aan je zelf voor te zingen. Valt bij een gekozen woord de klemtoon verkeerd, zoek dan een ander woord, voeg een woord toe of verwissel woorden, net zo lang tot het goed is. De componist die je tekst op noten gaat zetten is je dankbaar. Het componeren gaat dan een stuk gemakkelijker.


Jan Boerstoel schreef zijn teksten vaak met een ‘werkmuziekje’ in het achterhoofd, een bestaande melodie die hij gebruikte als paspop. Was de tekst klaar, dan kon het door naar de componist. Het gebruikte werkmuziekje bleef het geheim van de tekstschrijver.


Soms heb je teveel woorden of te lange woorden om de cadans van een lied vast te houden. Een singer-songwriter zit daar vaak niet mee en gooit er wat snelle nootjes doorheen. Is ie toch z’n tekst kwijt. Als dat af en toe nodig is, is dat helemaal niet erg, maar taalkundig is het meestal niet fraai. Zelf vond ik ‘Ben ik te min’ van Armand een schoolvoorbeeld van uit het metrum schieten. Zie de volgende frase ergens halverwege het lied:

En toch wil je blijven, maar je pa die wil het niet
Ik denk dat je beter kunt gaan
En je moeder die doe je ook al veel verdriet
Als je thuiskomt zal ze zeggen
Wat doe je me aan

Die hele vierde regel past totaal niet in het metrum van het lied, luister maar: http://youtu.be/UD-24X0EeIU. Maar Armand had hem nodig voor de logica van zijn vijfde regel. Ook al zingt hij de regel in supersneltreinvaart, het blijft een lelijke vlek op een overigens prachtig geschreven tijdsbeeld.


6. De muziek bij woorden

Je mag nooit over de tekst heen componeren, zodat de woorden verloren gaan in de muziek. De muziek staat ten dienste van de tekst, waardoor de woorden boven zichzelf uitstijgen. Dat is de essentie van een theaterlied. Aldus Martin van Dijk (Volkskrant van 13 april 2012), componist van verschillende bekroonde theaterliederen. Inderdaad is bij een liedtekst de tekst belangrijk.

Maar het onderscheid tussen theaterliederen en bijvoorbeeld Nederlandse pop is tamelijk vloeibaar. Liedteksten van Acda en De Munnik rekent Van Dijk niet tot de theaterliederen, terwijl ook die in het theater gezongen worden en qua taalinhoud verzorgd zijn. Belangrijker is wat een melodie kan doen met een liedtekst. Het kan – zoals Martin van Dijk ook zegt – een kale tekst een extra dimensie geven, woorden vullen met bijpassende klanken. Zo’n dimensie aan de tekst toevoegen is precies de uitdaging van de (theater)liedcomponist.Pas met de muziek eronder is het lied echt klaar.

Het mooist zijn de liederen waarbij tekst en muziek naadloos op elkaar aansluiten. Annie M.G. Schmidt en Harry Bannink vormden daarin een perfect duo. Ze hebben heel wat afgetelefoneerd om samen tot het beste resultaat te komen. Hier een woordje er af, daar een nootje erbij. Een mooi duo was ook Joop Stokkermans die componeerde op teksten van Ivo de Wijs. Maar het mooiste duo is toch de siamese tweeling van liedtekstschrijver en componist in één persoon. Dan kan de maker de hele bedoeling van een tekst noot voor noot onderstrepen. Jacques Brel natuurlijk, maar wij hebben er in Nederland ook een heleboel. De Jeroenen Van Merwijk en Zijlstra bijvoorbeeld, winnaars van de Annie MG Schmidtprijs in 2005 en 2002. Hoor en zie van Jeroen Zijlstra de mooie ballade ‘Durgerdam slaapt’ zingen. http://youtu.be/xAoNkjUPq3Y.

Wanneer je een liedtekst meegeeft aan een componist kan er qua muziek iets anders uitkomen dan je misschien dacht. Schrik daar niet van. Een componist is ook een creator, en heeft andere beelden bij de tekst dan jijzelf. Wat je kunt doen is aan de componist meegeven welke melodie of sfeer je bij de tekst bedoelde. Daar kan de componist eventueel op door. Verder is het een kwestie van samenwerking op basis van wederzijds respect en bereidheid eigen verwachtingen los te laten. Bij een goed onderling contact hebben tekstschrijver én componist baat. De som wordt dan altijd meer dan de afzonderlijke delen.

7. De structuur van een lied

De simpelste structuur van een lied is couplet 1 – refrein – couplet 2 – refrein. In de coupletten ontrolt zich het verhaal, de refreinen zijn meestal beschouwend. Een liedtekstschrijver wil nog wel eens met de coupletten beginnen, om het verhaal te vertellen. Dat kan, maar vergeet niet dat een krachtig refrein vaak de kern van een lied vormt. Niet voor niets blijft van liedjes vaak alleen het refrein in de publieke herinnering achter. Wie kent bijvoorbeeld nog het couplet van ‘Tulpen uit Amsterdam’? Helemaal verdwenen uit de herinnering. Je hoort het nog wel eens een draaiorgel spelen, maar niemand die dan meezingt. Daarom kun je beter beginnen met het refrein. Als dat staat als een huis komt het met de coupletten wel goed.

Er zijn genoeg liedtekstschrijvers die zelden of nooit met refreinen werken. Jan Boerstoel deed het weinig, Drs. P. zelden. Terugkijkend in het boekje van Daan Bartels met de prijswinnaars van de Annie MG Schmidtprijs 1991-2011 valt op dat daar ook weinig refreinliedjes bij zitten. Kennelijk wil een liedtekstschrijver eerder een verhaal kwijt dan een meezinger produceren. Toch blijft een refrein interessant in een liedtekst. Een refrein geeft ruimte voor reflectie, het is een rustmoment tussen alle coupletinformatie.

In popliedjes zie je naast couplet en refrein ook vaak een ‘brug’, een tussenstukje op ongeveer 2/3 van de song. Soms is het een instrumentaal tussendeel, soms vervangt het een couplet. Hij is dan ook prima te gebruiken in liedteksten. Een brug geeft variatie in de structuur. Wil je wat meer weten over de structuur van een lied en de varianten die daarin mogelijk zijn, lees dan ‘Songwriting for dummies’ (Whiley Publishing, 2010). De schrijvers richten zich met hun boek op de markt van Amerikaanse singer-songwriters, maar veel van de vaardigheden die ze behandelen zijn ook toepasbaar op het theaterlied.

8. De eerste en de laatste regel

Een liedtekst mag niet te lang zijn. Het verhaal moet in 3 à 4 minuten gebracht kunnen worden. Tijd, plaats, persoon, sfeer, moraal, alles. Zorg daarom dat een luisteraar zich zo snel mogelijk kan inbeelden waar het lied over gaat. Op welke plek bevinden we ons, welke sfeer wil het lied brengen, wie is er aan het woord? Hoe sneller deze basisgegevens duidelijk zijn, des te eerder treedt de luisteraar jouw wereld binnen.


George Groot, liedtekstschrijver en tekstdocent aan verschillende kleinkunstopleidingen, heeft me bij een liedtekstworkshop eens gewezen op informatie- inconsequentie. Ik voerde in de eerste regels van een liedtekst een zeevaarder op, maar pas aan het einde van het lied kwam naar voren dat het een oude zeeman betrof. Dat was in mijn hoofd bij de tekstconceptie vanzelfsprekend, maar voor George Groot (en daarmee voor de luisteraar in het algemeen) niet. De tekst bevatte die informatie te laat. Gevolg: de luisteraar werd aan het einde van het lied op eenander been gezet. Check je tekst daarom altijd op dit soort inconsequenties. Het beste door hem aan iemand anders voor te leggen.


Ook de laatste regel van je lied is belangrijk.Een laatste regel met het effect van een lekke fietsband zal het publiek teleur stellen. De opgehoopte spanning en verwachting loopt dan futloos weg. Daarom werkt het vaak beter om bij een slotdeel van achteren naar voren te werken: eerst de perfecte laatste regel, daarna de bijpassende eerdere regels. Zo ben je verzekerd van een krachtig slot. Op een voorgaande regel die wat minder is, krijg je zelden commentaar.

Laatst kocht ik op een tweedehands boekenmarkt een boekje met liedteksten van Jules de Corte. Het was uitgegeven in 1960, met een voorwoord van Simon Carmiggelt. Hij schrijft daarin ‘De oude troebadoer’ een fraai voorbeeld van een poëtisch geschreven lied te vinden. Dat zal zeker zijn vanwege de laatste regel, die mij enorm ontroerde. Ik veronderstel dat De Corte bij deze liedtekst ook van achter naar voor heeft gewerkt. De voorafgaande rijmende regel is poëtisch niet slecht, maar als je er goed naar kijkt toch tamelijk gezocht. Hier het laatste couplet van dat lied.

De oude troebadoer
Heeft net zolang gezworven
Was net zolang op toer,
Totdat hij is gestorven.
Begraven in een graf,
Gedolven door de winden,

De aarde sloot het af,
En niemand zal het vinden.

Een bladzij verder in datzelfde boekje staat de liedtekst ‘De hopelozen’. Toen Maarten van Roozendaal het in 2012 zong in zijn programma ‘Heimwee naar de hemel’ was voor mij de cirkel tussen de oude en de nieuwe liedgeneratie rond. Kwaliteit is tijdloos. Hierbij de link naar ‘De hopelozen’ http://youtu.be/teEhj_BK8zY . Van ‘De oude troebadoer’ kon ik op het internet geen film- of geluidsopname vinden.

9 Het vertaalde/hertaalde lied

‘Weekend wordt het koud’, maakten de vertalers Henkes en Bindervoet van het Beatlesnummer ‘We can work it out’. En toen wist ik: vertalen is een leuk taalspel. Natuurlijk kun je een tekst zo letterlijk mogelijk vertalen, maar vaak valt het resultaat dan tegen. Waarom? Omdat een (letterlijke) vertaling alleen de woorden omzet maar vergeet dat het origineel ook gebouwd kan zijn rondom andere elementen, zoals op taalklank uitgekozen woorden. Henkes en Bindervoet keken daarom eerst wat ze met een Beatlesnummer konden (letterlijk vertalen, klank overnemen, overhevelen naar een Nederlandse sfeer?) en kozen bij elk nummer voor de meest passende vorm. ‘Help!, de Beatles in het Nederlands’ is daardoor een mooie, veelzijdige bundel geworden. (Uitgeverij Nijgh & Van Ditmar, 2003). Hier een stukje ‘Weekend wordt het koud’:

Zie het ook van mijn kant
Moet ik blijven ouwehoeren tot ik niet meer kan?
Als je ’t ziet van jouw kant
Gooi je onze liefde overboord, wil je dat dan?
Weekend wordt het koud, weekend wordt het koud.

Try to see it my way
Do I have to keep on talking till I can't go on?
While you see it your way

Run the risk of knowing that our love may soon be gone.
We can work it out, we can work it out.

Het duo vertaalde ook alle liedteksten van Bob Dylan. Helemaal een klus. De songs van Lennon en McCartney zijn min of meer verhaaltjes. Die van Dylan zijn gevuld met beeldend taalgebruik. Hier moet je veel meer de sfeer (be)grijpen en daar dan ook nog eens fatsoenlijk Nederlands van maken. Kijk voordat je begint dus goed of een tekst (door jou) om te zetten is in het Nederlands.

Later heeft ook Ernst Jansz een aantal nummers van Dylan vertaald. Over zijn worsteling met de tekstinhoud zegt Jansz: “Eigenlijk was ik er bij de meeste nummers van overtuigd dat ze niet te vertalen waren. Het heeft heel wat gepuzzel gekost en ik heb me in alle uithoeken van de Nederlandse taal moeten begeven, maar uiteindelijk merkte ik dat het toch lukte. Het hele proces van vertalen, de worsteling, de twijfels, het zoeken naar woorden en betekenis, de verhalen die ik achter de liedjes vermoedde, daarover heb ik een uitgebreide briefwisseling gevoerd met mijn beste vriend Huib Schreurs.” Zie www.ernstjansz.com met een aantal mooie filmpjes over het maakproces.

Bij vertalingen van hedendaagse liedjes denken we meteen aan Jan Rot. Hij heeft honderden Engelstalige popliedjes vernederlandst en daarnaast ook klassieke liederen. Op www.janrot.nl zie je het verschil tussen zijn mooie - en vooral zingbare - vertalingen en de veel te directe ‘vertalingen’ die uit internet-vertaalmachines komen wandelen. Dat soort omzettingen is totaal niet zingbaar. Een beetje smokkelen met een lettergreep teveel of te weinig mag best, áls de liedtekst maar blijft lopen. Opnieuw: een liedtekst gaat primair om de klank van taal, niet om geschreven tekst.


Let bij een liedtekstvertaling ook op de zingbaarheid van woorden. Met woorden op een ei/ij, of woorden die op een –s eindigen, doe je een zanger geen plezier.


Als ik me niet vergis is het woord ‘hertalen’ bedacht door Jan Rot. ‘Vertalen’ is een min of meer letterlijke omzetting in een andere taal, ‘hertalen’ is de creatie van iets nieuws op basis van de oorspronkelijke tekst. Vaak levert dat een bevredigender resultaat op dan een letterlijke vertaling. ‘Weekend wordt het koud’ is daar een voorbeeld van. Maar ook ‘Het dorp’, een lied dat door Wim Sonneveld met veel succes is gezongen, is een totaal andere tekstinhoud dan het originele ‘La montagne’ van Jean Ferrat. Een uitstekende hertaling van Hans Verhage (=Friso Wiegersma), die het lukte om de Franse sfeer om te zetten in een Nederlandse. En: zingbaar! http://youtu.be/lxPL6Ricdac.

  10. En dan nog dit...

Van Thomas Alva Edison schijnt de stelling te komen dat een uitvinding voor 90% het resultaat is van transpiratie en voor 10% van inspiratie. De vorige blogs gingen overwegend over vaardigheden, transpiratie dus. Hoe je inspiratie krijgt – hoe je in een flow komt om het op z’n hedendaags te zeggen – is voor elke schrijver verschillend. In dit laatste blog een aantal hulpmiddelen.

-        Stimulerende middelen

Gedichten lezen kan je op ideeën brengen wat je met taal en met beelden kunt doen. Lees dus eens een dichtbundel. Of misschien werk jij beter met een drankje of een rokertje. Van de grote dichter W.H. Auden is bekend dat hij al zijn werk heeft geschreven onder invloed van benzedrine; het versnelde zijn denkproces. Jules Deelder gebruikt speed om tot schrijven te komen. Dit is geen oproep tot het grijpen naar allerlei middeltjes, maar om aan te geven dat je een werkproces ook op kunt roepen. Iedereen kiest daarvoor zijn eigen methoden.

-        De juiste omstandigheden

Adriaan van Dis zei eens dat het er bij schrijven vooral om gaat de juiste omstandigheden te creëren. Hij doelt daarbij zowel op fysieke omstandigheden (de rust van een kamer) als op materiële (schrijftijd kunnen betalen). Sommige schrijvers zoeken de stilte op van een huisje op het platteland. Vermoedelijk hebben ze dan meer baat bij de afwezigheid van dagelijkse zaken (partner, kinderen, internet, etc) dan bij de aanwezigheid van landelijke rust. Hoe dan ook: creëer de fysieke omstandigheden die jij nodig hebt om tot schrijven te komen.


Uit onderzoek blijkt dat het schrijven van gedichten of liedteksten helpt tegen nervositeit, angstgevoelens en somberheid. Dit komt doordat het hersengedeelte dat actief is tijden schrijven in verband staat met gedeeltes die emoties reguleren. Ook activeert het creatieve proces het hersengedeelte van zelfcontrole. Zie www.schrijven.org (nieuwsbericht 3 augustus 2012) voor meer informatie.


-         Handboeken

Jaap Bakker heeft in 1990 de ‘Rijmwijzer’ uitgebracht, in2005 hernieuwd uitgegeven als ‘Rijmhandboek, praktische gids voor het schrijven van gedichten en liedjes’ (Uitgeverij Bert Bakker). Het bevat veel technische informatie over versvormen, maar hij maakt ook duidelijk wat zingbaarheid inhoudt, besteedt aandacht aan woordkeus, stijl en opbouw en beschrijft het proces van liedtekst naar zanguitvoering. Ben je niet ervaren met muziek, dan kan het hoofdstuk ‘Woorden op muziek’ je prima op weg helpen.

Een aanbevelenswaardig hulpmiddel is ook “Song- en liedteksten schrijven, van cabaret tot rock” van Yke Schotanus (Uitgeverij Augustus, 2007). In 127 pagina’s komen alle gereedschappen voorbij die je als liedtekstschrijver nodig hebt, met veel voorbeelden. Zie http://www.schrijvenonline.org/schrijfbiebinterview/yke-schotanus voor een informatief interview met hem.

“Het Rijmschap Compleet”, geschreven doorDrs. P en Ivo de Wijs (Uitgeverij BZZTÔH 1984) is niet meer in de handel, maar zie je het ergens, koop het dan meteen! De auteurs geven een kijkje in het maakproces, reiken schrijftechnieken aan en behoeden je voor fouten.

-        Tijdsdruk

Wat ook goed helpt is: een deadline afspreken. Anderen die wachten op jouw product is een uitstekende stimulans om tijd en concentratie te creëren. Meedoen aan een liedtekstwedstrijd helpt ook, of een gelegenheidslied maken voor een bijzondere gebeurtenis. Houd wel tijd om een tekst een paar dagen te laten liggen. Als je er nog eens rustig naar kunt kijken vind je de foutjes die je aanvankelijk niet opvielen, en krijg je ingevingen die je eerder niet te binnen schoten.

-        Leren van anderen

En verder natuurlijk: ga naar theatervoorstellingen met liedteksten, lees liedtekstbundels, stem af op de radiozender www.liedkunst.nl, bekijk filmpjes op www.humortv.vara.nl. Kortom, laat je inspireren door anderen in ‘het vak’.



Liedteksten en gedichten